Coalitie en Kamer vertonen verkeerde reflex na wegvallen Eerste Kamermeerderheid

Dit artikel verscheen op de website van het Montesquieu Instituut.

De Staatscommissie Parlementair Stelsel heeft verschillende voorstellen gedaan om de positie van het parlement te versterken. Het NRC Handelsblad liet echter zien hoe overleg in achterkamertjes de positie van het parlement ondermijnt aan de hand van een recente kwestie. Coen Brummer, directeur van de Mr. Hans van Mierlo Stichting, gaat in deze analyse in op de positie van het parlement. Hij pleit voor het doorbreken van de huidige politieke cultuur.

Nu het derde kabinet Rutte binnen afzienbare tijd geen meerderheid meer heeft in de Eerste Kamer, is het aangewezen op de steun van oppositiepartijen. Met de door minister Hugo de Jonge (CDA, VWS) gewenste aanpassing van de wet maatschappelijke ondersteuning, diende zich een eerste casus aan. Hoe zou de coalitie omgaan met de nieuw ontstane politieke situatie?

Uit een reconstructie van NRC Handelsblad bleek hoe twee weken van ‘appjes, telefoontjes en overlegjes achter de schermen’ uiteindelijk leiden tot de door de bewindspersoon gewenste steun voor zijn wetswijziging: een regeling die de eigen bijdrage maximeert voor mensen die via de gemeente zorg ontvangen.

Na kritiek te hebben gekregen in de eerste helft van het debat (de eerste termijn van de Kamer) werd aan een lunchtafel in het Kamerrestaurant begonnen aan een gesprek met een aantal oppositiepartijen. Dit werd in de dagen daarna voortgezet, waarbij gaandeweg zicht ontstond op een motietekst die oppositiepartijen voldoende aanstond om de wetswijziging te steunen. Het ministerie en de politiek assistent van De Jonge schreven mee aan tekstvarianten, waarna de motie uiteindelijk in de tweede helft van het debat Kamerbreed werd gesteund. Eind goed, al goed. Of toch niet?

“Coalitie en Kamer vertonen verkeerde reflex na wegvallen Eerste Kamermeerderheid” verder lezen

Introductie Marchantlezing Yascha Mounk

Inleiding uitgesproken bij de Marchantlezing 2019 met key note spreker Yascha Mounk, 7 februari 2019.

Ladies and gentlemen, good evening,

Every period in intellectual history has a dominant theme. During the 1930’s and 1940’s, philosophers and political scientists debated the open society and its totalitarian counterparts. The post-war years were heavily influenced by the Cold War. And the 1990’s were all about the so-called End of History:  The victory of liberal democracy and the exhaustion of any viable alternative forms of government.

What, then, is todays dominant theme?

In recent years, a variety of books were published about the challenges liberal democracy is facing. Edward Luce’s The retreat of Western Liberalism. Patrick Deenan’s Why liberalism failed. And Has the West lost it? by Kishore Mahbubani. But I think it is safe to say that none of these books sparked as much debate as Yascha Mounk’s The people vs. democracy.

As his analysis shows, one of the greatest achievements of mankind is in danger. Liberal democracy, the political system with majority rule, individual rights and the rule of law as its holy trinity, runs the risk of being dissolved.

Professor Mounk is one of the leading voices in the debate on one of the key challenges of our time: How to save democracy. And after reading his outstanding book every one of us has reason to be worried.

Not by war. Not by revolutionary uprisings. But by the rise of politicians and political movements that are tearing apart the very concept of liberal democracy itself.

During the past decade, we have seen the rise of the ‘illiberal democrat’. Leaders who won elections, who claim to represent a majority of the People, but who – at the same time – have undertaken serious effort to dismantle institutions that are vital to a liberal democracy: A free press. An independent judiciary. And the rule of law itself. The importance of this analyses cannot be stressed enough.

“Introductie Marchantlezing Yascha Mounk” verder lezen

D66 moet de scheidslijn tussen insiders en outsiders slopen

Onderstaand artikel verscheen op 10 oktober 2018 in NRC Handelsblad en nrcnext.

Rob Jetten wordt de nieuwe fractievoorzitter van D66 in de Tweede Kamer. Of hij ook de nieuwe partijleider wordt, zal nog moeten blijken, maar de vraag is: hoe moet D66 verder na het vertrek van Alexander Pechtold?

De aantredende partijleider zal nieuwe accenten gaan leggen ten opzichte van zijn voorgangers. Zoals dat altijd gaat. Dat is namelijk wat sociaal-liberalen doen: als de maatschappelijke omstandigheden veranderen, handelen zij daarnaar. Hans van Mierlo kaartte de noodzaak tot democratisering aan in een tijd van ontzuiling. Jan Terlouw wees op het belang van milieu en klimaat in een tijd waarin de grenzen van wat de aarde aankan zich onomwonden aandienden.

Alexander Pechtold hield een bepalende toespraak op 12 mei 2007, een half jaar na de verkiezingsnederlaag waardoor D66 met slechts drie zetels in de Tweede Kamer bleef. “De twintigste eeuw,” zei hij, “kende een ongelooflijke ontwikkeling en emancipatie van het individu. De vraag is niet of we daarmee doorgaan, maar hoe.” Hij sprak over “een nieuwe tweedeling” tussen insiders en outsiders:het verschil tussen zij die comfortabel leefden met een vaste baan, koophuis en goede diploma’s en zij die het hoofd boven water moesten houden zonder vast contract met hoge huren en zonder kansen door te groeien.

Ontwikkeling en emancipatie van het individu: dat was de agenda van Pechtold in de twaalf jaar dat hij D66 leidde. In de praktijk resulteerde dit vooral in plannen voor hervorming van de verzorgingsstaat, de arbeidsmarkt, de woningmarkt, en natuurlijk: het onderwijs.

“D66 moet de scheidslijn tussen insiders en outsiders slopen” verder lezen

Wie is de baas over DNA? Die vraag kan niet vier jaar blijven liggen

Dit artikel is onderdeel van de serie ‘Politiek forum’ van Trouw, 4 juni 2018.

De Tweede Kamer houdt vandaag een hoorzitting over mogelijke verruiming van de Embryowet. Een lastig onderwerp in de huidige coalitie, schrijft Coen Brummer, directeur van het wetenschappelijk bureau van D66. Maar het kan niet blijven liggen.

Al langere tijd gaan er stemmen op om die wet aan te passen. Er wordt voor gepleit om het verbod op het doen ontstaan van menselijke embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek op te heffen. Of voor verlenging van de ‘veertiendagengrens’, de tijd waarin een embryo in het laboratorium in leven mag worden gehouden, om zo meer te weten te komen over de ontwikkeling van embryo’s in de allervroegste fase. 

In deze coalitie liggen dergelijke medisch-ethische voorstellen gevoelig. Maar dat neemt niet weg dat de verantwoordelijkheid blijft bestaan om de ontwikkelingen in de medische technologie in goede banen te leiden.

Hoe urgent de materie is, is moeilijk te overdrijven. Elke minuut worden ongeveer veertien kinderen geboren met een potentieel levensbedreigende, genetische afwijking. Dat telt op tot bijna acht miljoen kinderen wereldwijd, ieder jaar opnieuw. Daarbij sterft jaarlijks 35 procent van de wereldpopulatie aan ziektes als kanker, de ziekte van Huntington, Alzheimer, Parkinson of spierziektes als ALS.

Gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis was al dit leed een fact of life. Maar dankzij het voortschrijden van de medische technologie nemen de mogelijkheden toe om patiënten te genezen en soms zelfs te voorkomen dat ziektes zich bij hen ontwikkelen.

Voorlopig hoogtepunt: in de zomer van 2017 wist een Amerikaans onderzoeksteam een erfelijke afwijking in het DNA van een levensvatbare menselijke embryo te repareren, dankzij de revolutionaire CRISPR-Cas9 technologie.

“Wie is de baas over DNA? Die vraag kan niet vier jaar blijven liggen” verder lezen

‘Hoe slagen wij erin Europa overeind te houden? Dat is de kernvraag’

Op het Van Mierlo Symposium 2018 sprak ik met voormalig secretaris-generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer over internationale betrekkingen en de toekomst van de liberale democratie.

Leon Trotsky zei ooit dat wie een rustig leven wilde, maar niet in de twintigste eeuw geboren had moeten worden. Geldt dat ook voor de 21e eeuw?

‘Ik denk het wel. Als we kijken naar deze eeuw, dan denk ik dat de onvoorspelbaarheid van deze eeuw groter is dan de wereld waarin ik opgroeide. Dat wil niet zeggen dat de wereld in de Koude Oorlog veilig was, maar hij was wel meer voorspelbaar. Militairen wisten precies waar ze heen moesten. Nederland doet nu nog steeds mee aan ik geloof elf militaire missies. In allerlei gebieden, op allerlei terreinen. Als je dat geopolitiek bekijkt, dan denk ik dat dat de onvoorspelbaarheid zeer groot is. Daarin ben ik het ten dele wel eens met analist Rob de Wijk, als hij het heeft over een verschuiving van paradigma’s.’

Als we kijken naar dat mondiale systeem dat na WOII is opgebouwd, dan zeggen experts: we zien scheuren ontstaan. Wat is, wat u betreft, de meest fundamentele en wat betekent dat voor Nederland als liberale democratie?

‘Ik zie twee factoren op grond waarvan die liberale wereldorde onder druk staat. De ene factor is China. China is bezig om het multilatere systeem naar eigen Chinese regels in te richten. Dit gaat niet alleen het one belt one road initiative en dit gaat niet alleen om de ontwikkeling van het militaire systeem en de wens een supermacht te zijn, zoals president Xi Jinping dat met zoveel woorden zei op het laatste partijcongres. China richt bewust het multilaterale systeem opnieuw in. Een goed voorbeeld is de Aziatische infrastructurele ontwikkelingsbank. China heeft gezegd ‘okay, als jullie ons niet volgen in onze instituties in de financieel-economische sfeer, dan maken we onze eigen bank en fonds’. Dat is één factor: China, met een hele eigen set van regels en opvattingen. Van de doodstraf en mensenrechten tot het multilaterale systeem.

‘Een tweede factor is President Trump en de toekomst van Pax Americana, het systeem dat ons decennialang stabiliteit en veiligheid heeft gebracht. En ik wil ervoor waken dat we denken dat dit slechts gaat om een oprisping. Ik was tien dagen geleden in Amerika en ontmoette enkele oude NAVO-makkers. Republikeinen en Democraten. In wat een lunch tussen vrienden had moeten zijn, merkte je al snel de immense polarisatie die in dat land bestaat. De liberale wereldorde staat dus onder druk vanuit het Westen én vanuit het Oosten. Dat maakt onze opdracht om dat systeem te verdedigen en in stand te houden des te belangrijker. Dat maakt dus ook de Europese Unie des te belangrijker. Idealiter zou je een systeem moeten hebben, waarin de Verenigde Staten samen met Europa balans proberen aan te brengen tegenover China. Als dan de Amerikanen zouden wegvallen, dan wordt dat gecompliceerder. Zeker als je ook nog te maken hebt met een Europese Unie die onvoldoende in zichzelf gelooft. Dan kom je tot een redelijke mate van onvoorspelbaarheid.’

“‘Hoe slagen wij erin Europa overeind te houden? Dat is de kernvraag’” verder lezen

Nieuwe ‘vrienden’ van de democratie plegen roofbouw op het bestel

Dit artikel verscheen op 1 februari 2018 in Het Financieele Dagblad.

Een gelegenheidsverbond van uiterst linkse en uiterst rechtse partijen en opiniemakers is plots de zelfverklaarde voorvechter van democratische vernieuwing. Maar het houdt er schrale opvatting van democratie op na en claimt de volkswil in beheer te hebben. Toch mag dit geen reden zijn te berusten in het stelsel dat we sinds 1848 en 1917 hebben geërfd.

Het is tekenend dat de ‘nieuwe vrienden’ van de democratie zich vooral roeren rond referenda. Zo betichtte Geert Wilders premier Rutte van een ‘ambtsmisdrijf’ toen hij na het Oekraïne-referendum niet halsoverkop een intrekkingswet indiende. FvD-voorman Thierry Baudet vond dat de democratie ‘niet functioneerde’ toen een parlementaire meerderheid ontbrak voor het bindend referendum. En SP’er Ronald van Raak sprak van ‘een ongelofelijke middelvinger’ naar de kiezer, omdat het kabinet overwoog de intrekking van het correctief referendum niet referendabel te maken.

Hun verontwaardiging galmt door in de ‘opiniejournalistiek’. Voor GeenStijl-verslaggever Tom Staal was het natuurlijk een feest om Kamerleden te vragen waar de D van D66 voor stond. En vond historicus Geerten Waling zelfs dat het kabinet wel ‘antidemocratisch’ leek.

De ‘nieuwe vrienden’ delen één overtuiging. ‘Democratisch’ is een schervengericht per thema in ‘splendid isolation’. ‘Antidemocratisch’ is iedereen die durft te betwijfelen of dit (altijd) de beste manier is om een land te besturen.

“Nieuwe ‘vrienden’ van de democratie plegen roofbouw op het bestel” verder lezen